background
15 oktober 2014

Niek

De Baarsjesweg

De_Zager_Baarsjesweg2_kl

Met bier in zijn hand loopt Niek richting een van zijn favoriete plekken. Iedere plek in Amsterdam die alcohol schenkt vanaf het begin van de middag, is favoriet. Hij gooit zijn halflege, lauwe blik Aldi bier de gracht in. Aan de andere kant van het water staat de Westermoskee, in haar volle glorie. Veel mensen hebben een mening over het bouwwerk aan de Baarsjesweg, dat wat stijl betreft perfect past binnen het straatbeeld. Om de moskee te kunnen voltooien zouden mensen zijn omgekocht. Aan de andere kant zou de gemeente er alles aan hebben gedaan om ervoor te zorgen dat de toekomstige gebedsruimte voor de (Turkse) Moslims in Amsterdam West geen feit zou worden.

Niek maakt het allemaal niet zoveel uit. En hoe zou hij in godsnaam kunnen weten waar de waarheid ligt? Hij vangt soms wat op in de kroeg. Meer niet. Een televisie heeft hij niet. En de krant zou hij graag lezen, maar dat gaat niet. Soms frustreert dat hem. De grote hijskraan naast de moskee ontwaakt. De langzame bewegingen gaan gepaard met een groot kabaal. Niek loopt verder, richting zijn bestemming.

Eenmaal aangekomen staat zijn biertje al klaar. ‘Niek, vriend! Wat ben je laat.’ merkt een van de andere vaste gasten op. ‘Ik ben een stukje gaan lopen, langs de Westermoskee.’ ‘O, dat ding. Doet veel stof opwaaien de laatste tijd’ vervolgt zijn bargenoot met een plat accent. ‘Hier, moet je lezen.’ Niek krijgt de Volkskrant onder zijn neus geduwd. Hij krijgt het op slag warm. In paniek kijkt hij om zich heen. De letters van de krant herkent hij. De rest is niks meer dan een onsamenhangende, dansende brei voor zijn ogen. Dan herpakt hij zich. ‘Ja, wat een teringhonden zijn het! Heb het vanochtend al gelezen.’ Zijn bargenoot knikt. ‘Inderdaad Niekie, teringhonden zijn het. Mooi gezegd.’


Geen reacties

7 oktober 2014

Simon

De Amstel

De_Zager_De_Amstel_2_kl

Met zijn telefoon in zijn rechterhand, staat Simon naast zijn fiets. Hij staat op de brug en kijkt uit over het water dat de Amstel heet. Zijn oog valt op de hoogste wolkenkrabber die Amsterdam kent, vernoemd naar de schilder Rembrandt van Rijn. Verslagen neemt hij het uitzicht in zich op. De rest van zijn leven zal hij zich herinneren waar hij zich nu bevindt. De telefoon glijdt bijna uit zijn hand. Nat van het zweet.

Simon wordt gepasseerd door minstens vijfentwintig oude mensen in colonne. Arm in arm bewegen ze zich voort als een stel slakken. De oudere dames giechelen wat met elkaar. Alhoewel ze geen schim zijn van de vrouwen die ze vijftig jaar geleden waren, klinken ze jong. Zoals een groep meisjes op een schoolreisje. De mannen niet. Met groeven in hun gezichten en ruggen die gebogen zijn, bewegen zij zich voort. Fijn, dat oude vrouwen nog kunnen giechelen, bedenkt Simon zich.

Hij denkt aan de oudjes. Waarom zijn ze hier? Waarom zijn ze niet bij het Anne Frank museum? Het Rijksmuseum? Wat is er in hemelsnaam te doen, op deze plek? Hij denkt aan de Amstel, aan de Rembrandttoren. En de twee torens ernaast, die hun naam te danken hebben aan de Nederlandse schilders Breitner en Mondriaan. Zijn kennis omtrent de gebouwen is niet toereikend genoeg. Dus Simon denkt aan de afwas. Of hij die vanochtend wel of niet heeft gedaan. Zijn er mailtjes die hij nog moet beantwoorden? “Kind, wat kijk je sip”. Merkt een van de oudere besjes op. “Mijn leven is zojuist voorgoed veranderd, mevrouw.” Ze knikt. Met haar tachtig jaar levenservaring weet ze genoeg. “Maar ik doe nog even alsof dat niet het geval is.” “Goed jongen. Geniet nog maar van het uitzicht, zolang je kunt.” Ze knijpt stevig in zijn wang en schuift verder.


Geen reacties

29 september 2014

Valentijn

De Amstelveenseweg

De_Zager_Amstelveenseweg.kl

Nog een paar meter en hij is in niemandsland. Hier, bij de Amstelveenseweg houdt Amsterdam bijna op. De VU, die Valentijn vijf minuten geleden op zijn Vespa passeerde, belichaamt het laatste restje drukte dat Amsterdam definieert. Iedere dinsdag, donderdag en zondag rijdt hij hier, op weg naar het hockeyveld, gevestigd in het Amsterdamse Bos. Bij café 1890 houdt hij zijn richtingaanwijzer ingedrukt en neemt de eerste afslag naar rechts.

Vooral de trainingen zijn magisch voor hem. Als het donker is, de lichten bij het veld aangaan. Als hij alleen de stem van zijn trainer hoort, de hockeyschoenen op het natte veld voelt stampen en het zijn ademhaling is die dit alles overstemt. Alleen op deze momenten is zijn hoofd leeg.

“Gast, hoezo ben je zo laat?” merkt een teamgenoot van Valentijn op. “Sorry, te laat vertrokken”. Twaalf gezichten kijken hem schaapachtig aan. Hij weet dat het een excuus van niks is. “Als er iemand is die op tijd zou moeten komen, ben jij het wel”. De opmerking komt als een messteek binnen. Waar zijn teamgenoten inmiddels banen en relaties hebben, heeft Valentijn niks. Vier jaar geleden werd hij geveild door een gevoel dat hem verlamde. Het gevoel dat hij nergens goed in was. Dat hij niks voor elkaar kreeg. Hij had gefaald. Dat gevoel kan hij niet loslaten, behalve als hij op het veld staat. De trainer is gearriveerd. De veertien mannen lopen richting het veld. Het veld dat met lampen wordt verlicht. De trainer vertelt wat ze het komende anderhalf uur gaan doen. Valentijn begint te rennen en voelt alleen zijn schoenen op het natte veld. Hij hoort niks, behalve zijn ademhaling en de aanwijzingen van de trainer op de achtergrond. Voor even is Valentijn domweg gelukkig.


Geen reacties

22 september 2014

Suzanne

Het Roelof Hartplein

De_Zager_Roelofhartplein2kl

Met een dik boek onder haar arm loopt Suzanne vanaf het Museumplein richting het Roelof Hartplein. Het plein, vernoemd naar de geneesheer en filantroop Roelof Hart. Eenmaal op het plein beland, valt haar oog op Huize Lydia. Oorspronkelijk een meisjeshuis, waar later ongetrouwde vrouwen – maar ook mannen, woonden. Ook veel verpleegsters die in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis werkte, trokken hier in. Dat moet fijn zijn geweest voor die vrouwen toentertijd, om in dat mooie pand te wonen. Wel jammer dat die mannen daar dan ook zo nodig moesten wonen, mijmert Suzanne.

Suzanne loopt de Openbare Bibliotheek in. Ze voelt dat er naar haar wordt gekeken. Alhoewel ze juist haar best doet om niet op te vallen. Haar haren zitten streng naar achter, in een knot. Haar blouse zit wijd, zodat de contouren van haar borsten nauwelijks zichtbaar zijn. Ze kijkt naar rechts. Ze wordt inderdaad aangestaard door een man. Ze schat hem van dezelfde leeftijd als zij is. Eind twintig.

Ze installeert zich aan een bureau, dat haar uitzicht biedt over het Roelof Hartplein. Ze slaat haar boek open. Een boek, gevuld met theorieën en benaderingen over de internationale politiek. Ze constateert dat de gluurder van zojuist, haar wederom in het vizier heeft. Zenuwachtig houdt ze de vent, vanaf het raam – dat momenteel als spiegel fungeert- , in de gaten. Terwijl hij zijn rechterklauw op haar schouder legt, krimpt Suzanne ineen. “Wat?!”, snauwt ze. Snel haalt hij zijn hand weg. “Ik zie dat we dezelfde studie doen”, antwoordt hij. “Ja, dus?” “Misschien kunnen we sparren.”, mompelt hij, inmiddels een stuk minder zeker van zijn zaak. “Nee, geen behoefte aan.” Met een nerveuze glimlach vervolgt hij: “Je ziet er slim uit. Dat is alles.” Haar blik zegt sorry. Maar haar lippen blijven stijf op elkaar. Slim, denkt ze. Alleen slim? Niet verder gekomen dan pagina drie, tuurt ze uit het raam. Met haar duim en wijsvinger maakt ze het elastiekje dat haar haren bijeen houdt, los. Ze is niet alleen maar slim, vindt ze. Ze is meer dan dat.


Geen reacties

16 september 2014

Karel

De Arena

De_Zager_Arena_kl

Karel stapt met zijn twee vrienden uit bij Station Bijlmer_Arene. Een eigenaardig drietal vormen ze. Karel en Tjeerd belichamen de gemiddelde man van 50 jaar. Hans belichaamt iets anders. Al jaren nemen Tjeerd en Karel Hans op sleeptouw. Karel knijpt zijn ogen samen tegen de felle zon. “Hans, moet jij je jas niet uitdoen? Het is veel te warm”, zegt Karel. Hans schudt nee. Hij draagt een Ajax shirt – en sjaal. Daaroverheen een bomberjack, waar het logo van zijn geliefde club, op de achterkant staat gedrukt. Zijn pet staat scheef op zijn hoofd. Een outfit die niet geschikt is bij een temperatuur van 28 graden. En niet geschikt voor een man van 53 jaar oud.

Al jaren staat de zondag voor de drie mannen in het teken van de wedstrijd. Karel en Tjeerd zijn al van kinds af aan vrienden. Sinds 1981 gingen ze naar Ajax, toentertijd in de Meer, in Betondorp. Zijn buurjongen Hans krijste iedere zondag als hij Karel vanuit zijn raam zag vertrekken, moord en brand. “Ik wil ook mee!” Karel kon het niet meer over zijn hart verkrijgen en nam hem mee. Inmiddels hebben de drie mannen in 32 jaar geen wedstrijd gemist.

Ze banen zich een weg door de Arena richting hun vaste plaatsen. Hans heeft in zijn linkerhand een vlaggetje en in zijn rechterhand een bakje met patat. Aan zijn kin hangt een klodder mayonaise. Tjeerd veegt het weg met een servetje. “JAAAA!” Hans is op van de zenuwen nu het startsein van de wedstrijd klinkt. Een paar toeschouwers kijken geërgerd op door het enthousiaste gekir dat hij uitkraamt. Tjeerd en Karel zijn het gewend en stellen de boze koppen met een knikje gerust. Karel ruikt iets vreemds. Hij kijkt links van hem. De spanning is Hans blijkbaar teveel geworden. “Ga jij of ik?” vraagt hij aan Tjeerd. “Ik ga wel”, zucht Tjeerd. Terwijl het tweetal op het toilet is scoort Ajax haar eerste goal.


Geen reacties

11 september 2014

Sanne

Het Rembrandtplein

De_Zager_Rembrandtsplein_kl

Er zwalkt een man in zusteruniform op Sanne af. Hij is omringd door vrienden in doktersgewaad. Het licht van de lantaarnpaal accentueert het contrast tussen de witte panty, met gaten erin, en de donkere haren op zijn benen. Hij kijkt scheel van de drank. “Ik ga trouwen!” informeert hij Sanne. Ze wilt langs hem heen lopen, maar wordt geblokkeerd door het leger aan dokters. “En nu wil ik met jou op de foto! En dat het dan net is alsof we tongen. Maar niet echt. Want ik ga trouwen.” Verlegen als ze is, loopt ze zonder weerwoord, weg van de groep.

De nawee van de teleurstelling galmt over het Rembrandtplein: “SAAI WIJF!” Ze baant zich een weg tussen de andere feestgangers, richting het Schiller Hotel. Het viersterrenhotel, dat in 2001 werd aangewezen als Rijksmonument. Een stukje beschaving, te midden van het kabaal. Sanne is jong en oud tegelijk. Haar leeftijd doet vermoeden dat ze soms ook dronken te vinden is in de stad. De realiteit is dat ze nooit uitgaat en wel tien jaar ouder lijkt, dan ze eigenlijk is. Misschien is ze ook wel een saai wijf, besluit ze.

Ooit was het Schiller Hotel, dat bestaat sinds 1913, een plek waar artiesten en kunstenaars graag kwamen. Ze staat bij het plantsoen, bij de standbeelden van Rembrandt, voor het hotel. De plek waar Jean-Louis Pisuisse, destijds een beroemde cabaretier en tevens de eerste verslaggever van Nederland, en zijn vrouw Jenny Gilliams werden doodgeschoten door de jaloerse ex-minnaar van Gilliams. De rijke historie van het Schiller maakt dat Sanne dit de perfecte plek vindt om haar favoriete kunstenaar te interviewen. “Sorry dat we je een saai wijf noemden!” klinkt het een paar meter bij haar vandaan. “Wil je toch nog op de foto? Alsjeblieft?” Zonder om te kijken, loopt Sanne het Schiller Hotel in.


Geen reacties

3 september 2014

Ellis

Ring West

De_Zager_Ring_West_1_kl

De doorrookte stem van Herman Brood galmt door de groene, Amerikaanse oldtimer. Ben bestuurt het bezienswaardige voertuig dat hij van zijn vader heeft over gekocht. Ellis zit naast hem. Alhoewel hij zijn ogen op de weg heeft gericht, voelt hij haar blik. Hij lacht ietwat ongemakkelijk. Ze vindt het altijd leuk om te zien dat hij verlegen wordt van haar. Ellis voelt zich nooit ongemakkelijk. Maar Ellis is dan ook acht jaar ouder dan Ben.

“Ben, de volgende afslag moeten we eraf.” Ze rijden op de A10, Ring West. “Is goed, Elle”, antwoordt hij haar. Never be clever zingt Brood. Ze draait het volume een slag naar rechts. “Never be clever!” gilt ze door het open raam. Ondeugend kijkt ze hem aan. “Weet je waarom Herman Brood koos voor primaire kleuren tijdens het schilderen?” vraagt ze. “Nou, vertel.” “Omdat hij kleurenblind was. Dus hij deed dat uit noodzaak.” Legt ze uit. De zon schijnt op haar fijne, lichtbruine gezicht. Haar donkere krullen wapperen door de wind. Hij vindt haar prachtig. Hij kan bijna niet wachten om haar straks aan zijn ouders voor te stellen. “Nu rijd je alsnog verkeerd, sukkel”, plaagt ze. Bij de afrit Amsterdam-Sloterdijk hadden ze eraf gemoeten.

Na te hebben omgereden, neemt Ben de eerder gemiste afslag en gaat de Admiraal de Ruijterweg in. Hij parkeert de auto en houdt het portier voor zijn vriendin open. “Wat ben jij ineens stil”, merkt hij op. “Je weet dat ik nooit bang ben, toch?” Vraagt ze. “Ja?” “Nu ben ik dat wel.”. Hij slaat een arm om haar heen en ze lopen samen voor de eerste keer naar het huis van zijn ouders.


Geen reacties

31 augustus 2014

Sjoerd

De Marnixstraat

De_Zager_Rozengracht_kl_1

Sjoerd steekt de Da Costakade over. Hij is op weg naar de Rozengracht. Hij loopt naar zijn klant. Lopen door Amsterdam vindt hij fijn. Een stuk rustiger dan de fiets en een stuk comfortabeler dan het openbaar vervoer. Daarnaast zorgt het warme weer, in combinatie met zijn pak, al voor genoeg transpiratie. Hij wil zo representatief mogelijk arriveren. Dus hij loopt. Het pak, dat perfect aansluit op zijn lichaam, verraadt dat hij genoeg geld verdient. Zelfverzekerd, met rechte rug en samengeknepen billen loopt hij door de De Clercqstraat.

Hij nadert het kruispunt van de Marnixstraat en de Rozengracht. Links ziet hij de brandweerkazerne, genaamd kazerne Hendrik. Misschien dat de brand in Hotel Polen op 9 mei 1977 wel de zwaarste brand is die ooit moest worden geblust door de mannen. Het hotel was gevestigd tussen het Rokin en de Kalverstraat. Vroeger wilde Sjoerd brandweerman, politieagent of dierenarts worden. En als dat allemaal niet ging lukken, kon hij altijd nog als astronaut zijn centen verdienen. Sjoerd is geen van allen geworden.

“Kijk je uit waar je loopt?” Sjoerd is net te laat en botst tegen de man in het zwarte brandweerpak op. Een man die kan worden gecategoriseerd als zijn jeugdheld. “Kijk zelf uit, eikel!” reageert hij. De vriendelijk ogende man trekt zijn wenkbrauwen op. Verbaasd om de heftige reactie. Hij draait zich om en loopt de kazerne in. Sjoerd steekt over. Misschien had hij een vriendelijke brandweerman, politieagent of astronaut kunnen zijn. Een vrouwelijk passant kijkt hem verlekkerd aan. Hij haalt zijn hand door zijn, naar achter gekamde, haar. Haar blik maakt Sjoerd des te zelfverzekerder. Aardig zijn is ook niet alles, weet Sjoerd.


Geen reacties

27 augustus 2014

Nikki

De Singel

De_Zager_Sonestakoepel_kl-1

“Een, twee, drie, vier…” Nikki telt haar stappen, voordat ze bij de volgende boom is. “Drie, vier, vijf…” In rustige tijden, is haar hoofd ook wat rustiger. Nu draaien haar hersenen overuren. En moet er worden geteld. Ze loopt over de Singel. De gracht aan haar linkerzijde. Haar blik wordt getrokken door een rood licht op de begane grond. Ze kijkt naar rechts. Naar het meisje in goedkope, bijna niks verhullende, lingerie. Met een lege blik kijkt het meisje Nikki aan. Waarop zij beschaamd haar hoofd van het raam afwendt. Van dit soort zaken wordt ze ook zenuwachtig.

“Een, twee, drie…” telt Nikki. Ze weet dat het belachelijk is. Maar het houdt haar rustig. Ze loopt langs de Ronde Lutherse Kerk, in de volksmond de Sonesta Koepel genoemd. De koepel heeft maar liefst twee branden overleefd: één in 1822 en later nog in 1993. Nikki overleeft de stress al nauwelijks, laat staan een brand. Ze telt door. Met een duidelijke missie. Binnen zeven seconden moet ze, de eerder vastgestelde doelstelling, hebben bereikt. Dus binnen zeven seconden moet ze ongeveer zes meter hebben afgelegd, voorbij de Sonesta Koepel. Meestal lukt dit haar. Nu ook.

Het tellen is voor Nikki een trucje. Om orde te bewaren in alle chaos. Ze werkt in een kledingwinkel. Eerst moesten de rekken er netjes uitzien. Vervolgens moesten alle kledingstukken kaarsrecht hangen. Nu telt ze erbij. De hele dag door. Ze telt hardop. Wat betekent dat ze gasten misschien wel tot last is, dus over niet al te lange tijd zonder baan zit. Ze slaat linksaf, de Haarlemmerstraat in. Op weg naar de winkel. De winkel waar ze binnenkort misschien niet meer werkt. Dus doet ze wat haar rustig maakt: tellen.


Geen reacties

25 augustus 2014

Eefje

Jodenbreestraat

De_Zager_Zuiderkerk_kl

Eefje trapt stug door. Haar fiets is op sterven na dood. Door de slag in haar wiel en de vier loszittende spaken, komt ze maar met moeite vooruit. Bij de Jodenbreestraat aangekomen, kijkt ze uit op de Zuiderkerk, in 1874 door Claude Monet geschilderd. Ter hoogte van het Rembrandthuis houdt haar fiets ermee op. “Niet nu!” Ze heeft nog tien minuten om bij de Waalsteeg te komen.

Eefje smijt haar fiets tegen de eerste de beste boom die ze ziet. Ze moet rennen. Met wind tegen rent ze zo hard als ze nog nooit heeft gedaan. Haar rug voelt nat aan van het zweet. Ze voelt een brok in haar keel. Ze kan wel janken. Dit gaat ze nooit redden. “Hoi wijfie!” Ze kijkt met tranen in haar ogen op naar de ongezond ogende man die naast haar een bakfiets bestuurd. “Lekker aan je conditie aan het werken, schat?” Het wordt Eefje teveel. “Ik heb het allerbelangrijkste sollicitatiegesprek ooit en nu kom ik te laat omdat die klote fiets van me het heeft begeven!” De tranen hebben nu de vrije loop. “O wijfie, dan ga je toch lekker in mijn bakfiets zitten. Doe maar rustig hoor. Waar moet je heen?” vraagt de man. Hoopvol kijkt ze de man aan. Hij lacht zijn vijf tanden bloot. “Naar de Waalsteeg, alstublieft”. Eefje stapt in de bakfiets. Droogt haar tranen en haalt haar neus op. De man zingt net zo hard als hij trapt. Hij lijkt geen last te hebben van de wind. Ze gaan het redden. Nog zeven minuten. Met het tempo waarin de man trapt, is ze misschien zelfs wel twee minuten te vroeg. Eenmaal beland bij de Waalsteeg stapt Eefje uit de bakfiets. “Enorm bedankt. U heeft me gered.” Ze graait in haar tas, op zoek naar haar portemonnee. Nog voordat ze een briefje van vijf eruit heeft kunnen vissen, is de man alweer verder. “Succes wijfie!” schreeuwt de man haar na en verdwijnt richting het Centraal Station.


Geen reacties

Over De Zager
Niek
Simon
Valentijn
Suzanne
Karel
Sanne
Ellis
Sjoerd
Nikki
Eefje