background
24 november 2014

Judith

De Westergasfabriek

De_Zager_Westergasfabriek_kl

Vanaf het Haarlemmerplein loopt Judith naar het Westerpark, op weg naar haar werk. Aan haar linkerkant ziet ze een container, gevuld met kebab aan de binnenkant en graffiti aan de buitenkant. Er komt een penetrante lucht vandaan die ook de aandacht trekt van de Amsterdamse reiger. Ze telt. Vandaag staan er elf stuks paraat. Loensend, om er als eerste bij te kunnen zijn als er wat eten op de grond valt. Ze zal de enige zijn in Amsterdam, maar ze vindt ze lief. De beesten zien er ongemakkelijk uit. Lange, dunne mannetjes, met lelijke koppen, balancerend op een poot. Het lijkt alsof ze niks anders doen, dan domweg wachten.

Ze betreedt het park. Aan haar linkerkant zijn kinderen aan het spelen. Dik ingepakt. In de nacht is dit stukje veld de speeltuin van alle konijnen die het park rijk is. De konijnen vindt ze leuker dan de kinderen, besluit ze. Aan haar rechterkant ziet ze de twee tennisbanen waar Judith vroeger nog wel eens kwam. Onderdeel van de Big Ali Sportvereniging, vernoemd naar de bokser. De tennisclub is een rommeltje. De banen worden waarschijnlijk niet onderhouden. Het clubhuis is niet meer dan een houten, verrotte hok. Maar de grote, donkere man, die de naam Big Ali draagt, is een fenomeen. En maakt de tennisplek uniek, in al haar troep.

Ze loopt verder richting een compleet ander stukje Westerpark. Aan haar linkerhand ziet ze de North Sea Jazz Club. Rechts het Ketelhuis en verderop aan haar linkerkant volgen de studio’s waar DWDD en Pauw en Witteman worden opgenomen. Ze gaat de studio in, om de voorbereidingen te treffen voor een nieuwe aflevering. De vluchtigheid van haar werk maakt dat de tijd vliegt. Dat ze zich nooit verveelt. De onzekerheid maakt dat ze veel meer werkt dan de bedoeling is, om te zorgen dat ze nooit een fout zal maken. Judith controleert haar eigen werk altijd. En daarna nog een keer. Want falen is geen optie. “Hi, Goedemorgen! Wat ben jij vroeg vandaag.” Merkt haar collega op. Ze knikt naar hem. Ze is inderdaad vroeg. Vroeg genoeg om misschien vandaag niet in paniek te hoeven werken. Ze zou zo graag een dag helemaal niks doen. Als een reiger. Maar dan niet op één been. Staren. Domweg wachten tot de volgende dag zou aanbreken.