Sjoerd steekt de Da Costakade over. Hij is op weg naar de Rozengracht. Hij loopt naar zijn klant. Lopen door Amsterdam vindt hij fijn. Een stuk rustiger dan de fiets en een stuk comfortabeler dan het openbaar vervoer. Daarnaast zorgt het warme weer, in combinatie met zijn pak, al voor genoeg transpiratie. Hij wil zo representatief mogelijk arriveren. Dus hij loopt. Het pak, dat perfect aansluit op zijn lichaam, verraadt dat hij genoeg geld verdient. Zelfverzekerd, met rechte rug en samengeknepen billen loopt hij door de De Clercqstraat.
Hij nadert het kruispunt van de Marnixstraat en de Rozengracht. Links ziet hij de brandweerkazerne, genaamd kazerne Hendrik. Misschien dat de brand in Hotel Polen op 9 mei 1977 wel de zwaarste brand is die ooit moest worden geblust door de mannen. Het hotel was gevestigd tussen het Rokin en de Kalverstraat. Vroeger wilde Sjoerd brandweerman, politieagent of dierenarts worden. En als dat allemaal niet ging lukken, kon hij altijd nog als astronaut zijn centen verdienen. Sjoerd is geen van allen geworden.
“Kijk je uit waar je loopt?” Sjoerd is net te laat en botst tegen de man in het zwarte brandweerpak op. Een man die kan worden gecategoriseerd als zijn jeugdheld. “Kijk zelf uit, eikel!” reageert hij. De vriendelijk ogende man trekt zijn wenkbrauwen op. Verbaasd om de heftige reactie. Hij draait zich om en loopt de kazerne in. Sjoerd steekt over. Misschien had hij een vriendelijke brandweerman, politieagent of astronaut kunnen zijn. Een vrouwelijk passant kijkt hem verlekkerd aan. Hij haalt zijn hand door zijn, naar achter gekamde, haar. Haar blik maakt Sjoerd des te zelfverzekerder. Aardig zijn is ook niet alles, weet Sjoerd.