background
4 augustus 2014

Ria

De Amstel

10540383_535946326531730_2210323158252405383_o

Zoals iedere woensdag en donderdag, maar eigenlijk meestal ook wel op de maandag, dinsdag en vrijdag, zit Ria op het terras. Op háár eigen plek. Want van daaruit kan ze alle buurtgenoten mooi gadeslaan. Zoals altijd begint haar dag met een bak koffie. Tegelijk met een sigaret. Ze rookt van die dunne. Vindt ze sjiek. Urenlang kan ze zich vermaken, uitkijkend over de Amstel. Kijkend naar fietsende mensen, honden, ruziënde mensen. Die laatste categorie vindt ze het leukst.

Met een tevreden glimlach op haar gezicht neemt Ria nog een flinke hijs. Door de felle zon, schijnend op de Amstel, is het drukker dan gewoonlijk op het terras van haar stamkroeg. De panterblouse gaat dan ook snel uit. “Ik kan de hitte niet meer aan, dus de meisjes gaan los”, grapt ze met haar platte accent naar de twintigjarige jongen die de mensen op het terras bedient. Hij kleurt een beetje roze bij de aanblik van het laag uitgesneden shirtje dat ineens zichtbaar wordt.

Na veertig jaar zelf een kroeg te hebben gerund, vindt ze het prachtig om zelf bediend te worden. Jarenlang genoot ze van alle dronken types die aan haar bar hingen, met de bijkomende bodemloze put aan verhalen. Maar na veertig jaar vond ze het wel mooi geweest en besloot ze haar bierspatel aan de wilgen te hangen. Met weemoed denkt ze terug aan alle vaste gasten, die ze nu niet meer iedere dag ziet. Sommigen leven misschien niet eens meer. Ze denkt aan Sjon, Alex, Paul en Niels die bijna iedere dag een vaasje bij haar dronken. Haar complimenten gaven. Over hoe lekker ze haar bitterballen frituurde. Of over haar decolleté. Haar bakkie pleur is op en de zon maakt plek voor wolkenvelden ter grootte van stadsdeel Bos en Lommer. De panterblouse gaat weer aan en ze vertrekt. Morgen weer terug, op hetzelfde plekje, met hetzelfde uitzicht. En een bakje zwarte pleur.