background
4 december 2014

Gerard

Het Frederiksplein

De_Zager_Westeinde_kl-2

Meestal rookt Gerard nog een sigaret, voordat hij begint met werken. Ook al smaken ze de laatste tijd iets minder lekker. Die behoefte vervult hij buiten, voor het grote gebouw aan het Frederiksplein, bekend als de Nederlandse Bank. Vandaag ook, ondanks de bijtende kou. “Mag ik een peuk van je bietsen?” klinkt het angstvallig dicht bij hem. Op een paar centimeter afstand staat een zwerver. Krom, veel te harig, maar wel vriendelijk ogend. “Vooruit” mompelt Gerard. Hij reikt de sigaret aan, want de man met zijn bruine handen in zijn pakje laten graaien, is simpelweg geen optie.

Gerard wordt vriendelijk bedankt. “Jij ziet er sjiek uit. Heb je een afspraak met Maxima ofzo?” “Nee, ik werk daar.” Hij wijst naar de bank, die wat architectuur betreft iets wegheeft van een gevangenis. “Dan ben je vast rijk! Zo zie je er eigenlijk ook wel uit.” Een reactie van Gerard blijft uit. “Maar, dan ben je ook een graaier dus. Een aasgier.” Gooit de zwervende er nog een schepje bovenop. “Snap ik wel hoor, zou ik namelijk ook doen. Lekker met de centjes van anderen aan de haal gaan. Ik weet wel hoe dat gaat met die bankieren. Ik lees weleens een krant”. Gerard gooit zijn sigaret – half opgerookt – op de grond en gaat naar binnen.

Dit is de precieze reden waarom Gerard zijn sigaretten de laatste tijd niet meer lekker smaken. De bankencrisis heeft zijn status beïnvloed. Ook de Nederlandse Bank, in 1814 door niemand minder dan koning Willem I opgericht, biedt geen aanzien meer. Waar hij niks anders heeft gedaan dan jarenlang hard werken, wordt hij nu door de media afgeschilderd als een boef. En door zijn kennissen. Maar ook door zijn buren en alle andere mensen die ooit een krant hebben opengeslagen, zoals de man die zojuist een sigaret van hem heeft gekregen. Gerard zijn pak verraadt blijkbaar dat hij een boef is, net als zijn visitekaartje en het gebouw waar hij werkt, dat toch al iets wegheeft van een gevangenis.