“Een, twee, drie, vier…” Nikki telt haar stappen, voordat ze bij de volgende boom is. “Drie, vier, vijf…” In rustige tijden, is haar hoofd ook wat rustiger. Nu draaien haar hersenen overuren. En moet er worden geteld. Ze loopt over de Singel. De gracht aan haar linkerzijde. Haar blik wordt getrokken door een rood licht op de begane grond. Ze kijkt naar rechts. Naar het meisje in goedkope, bijna niks verhullende, lingerie. Met een lege blik kijkt het meisje Nikki aan. Waarop zij beschaamd haar hoofd van het raam afwendt. Van dit soort zaken wordt ze ook zenuwachtig.
“Een, twee, drie…” telt Nikki. Ze weet dat het belachelijk is. Maar het houdt haar rustig. Ze loopt langs de Ronde Lutherse Kerk, in de volksmond de Sonesta Koepel genoemd. De koepel heeft maar liefst twee branden overleefd: één in 1822 en later nog in 1993. Nikki overleeft de stress al nauwelijks, laat staan een brand. Ze telt door. Met een duidelijke missie. Binnen zeven seconden moet ze, de eerder vastgestelde doelstelling, hebben bereikt. Dus binnen zeven seconden moet ze ongeveer zes meter hebben afgelegd, voorbij de Sonesta Koepel. Meestal lukt dit haar. Nu ook.
Het tellen is voor Nikki een trucje. Om orde te bewaren in alle chaos. Ze werkt in een kledingwinkel. Eerst moesten de rekken er netjes uitzien. Vervolgens moesten alle kledingstukken kaarsrecht hangen. Nu telt ze erbij. De hele dag door. Ze telt hardop. Wat betekent dat ze gasten misschien wel tot last is, dus over niet al te lange tijd zonder baan zit. Ze slaat linksaf, de Haarlemmerstraat in. Op weg naar de winkel. De winkel waar ze binnenkort misschien niet meer werkt. Dus doet ze wat haar rustig maakt: tellen.