background
29 september 2014

Valentijn

De Amstelveenseweg

De_Zager_Amstelveenseweg.kl

Nog een paar meter en hij is in niemandsland. Hier, bij de Amstelveenseweg houdt Amsterdam bijna op. De VU, die Valentijn vijf minuten geleden op zijn Vespa passeerde, belichaamt het laatste restje drukte dat Amsterdam definieert. Iedere dinsdag, donderdag en zondag rijdt hij hier, op weg naar het hockeyveld, gevestigd in het Amsterdamse Bos. Bij café 1890 houdt hij zijn richtingaanwijzer ingedrukt en neemt de eerste afslag naar rechts.

Vooral de trainingen zijn magisch voor hem. Als het donker is, de lichten bij het veld aangaan. Als hij alleen de stem van zijn trainer hoort, de hockeyschoenen op het natte veld voelt stampen en het zijn ademhaling is die dit alles overstemt. Alleen op deze momenten is zijn hoofd leeg.

“Gast, hoezo ben je zo laat?” merkt een teamgenoot van Valentijn op. “Sorry, te laat vertrokken”. Twaalf gezichten kijken hem schaapachtig aan. Hij weet dat het een excuus van niks is. “Als er iemand is die op tijd zou moeten komen, ben jij het wel”. De opmerking komt als een messteek binnen. Waar zijn teamgenoten inmiddels banen en relaties hebben, heeft Valentijn niks. Vier jaar geleden werd hij geveild door een gevoel dat hem verlamde. Het gevoel dat hij nergens goed in was. Dat hij niks voor elkaar kreeg. Hij had gefaald. Dat gevoel kan hij niet loslaten, behalve als hij op het veld staat. De trainer is gearriveerd. De veertien mannen lopen richting het veld. Het veld dat met lampen wordt verlicht. De trainer vertelt wat ze het komende anderhalf uur gaan doen. Valentijn begint te rennen en voelt alleen zijn schoenen op het natte veld. Hij hoort niks, behalve zijn ademhaling en de aanwijzingen van de trainer op de achtergrond. Voor even is Valentijn domweg gelukkig.