Er zwalkt een man in zusteruniform op Sanne af. Hij is omringd door vrienden in doktersgewaad. Het licht van de lantaarnpaal accentueert het contrast tussen de witte panty, met gaten erin, en de donkere haren op zijn benen. Hij kijkt scheel van de drank. “Ik ga trouwen!” informeert hij Sanne. Ze wilt langs hem heen lopen, maar wordt geblokkeerd door het leger aan dokters. “En nu wil ik met jou op de foto! En dat het dan net is alsof we tongen. Maar niet echt. Want ik ga trouwen.” Verlegen als ze is, loopt ze zonder weerwoord, weg van de groep.
De nawee van de teleurstelling galmt over het Rembrandtplein: “SAAI WIJF!” Ze baant zich een weg tussen de andere feestgangers, richting het Schiller Hotel. Het viersterrenhotel, dat in 2001 werd aangewezen als Rijksmonument. Een stukje beschaving, te midden van het kabaal. Sanne is jong en oud tegelijk. Haar leeftijd doet vermoeden dat ze soms ook dronken te vinden is in de stad. De realiteit is dat ze nooit uitgaat en wel tien jaar ouder lijkt, dan ze eigenlijk is. Misschien is ze ook wel een saai wijf, besluit ze.
Ooit was het Schiller Hotel, dat bestaat sinds 1913, een plek waar artiesten en kunstenaars graag kwamen. Ze staat bij het plantsoen, bij de standbeelden van Rembrandt, voor het hotel. De plek waar Jean-Louis Pisuisse, destijds een beroemde cabaretier en tevens de eerste verslaggever van Nederland, en zijn vrouw Jenny Gilliams werden doodgeschoten door de jaloerse ex-minnaar van Gilliams. De rijke historie van het Schiller maakt dat Sanne dit de perfecte plek vindt om haar favoriete kunstenaar te interviewen. “Sorry dat we je een saai wijf noemden!” klinkt het een paar meter bij haar vandaan. “Wil je toch nog op de foto? Alsjeblieft?” Zonder om te kijken, loopt Sanne het Schiller Hotel in.