background
16 december 2014

Willem

Bos en Lommerweg

De_Zager_de_Kolenkit_kl

Vanaf het randje van de stad, slentert Willem richting het Bos en Lommerplein. Willem woont aan het eind van de Burgemeester de Vlugtlaan, bijna tegen de snelweg aan. ‘s Nachts wordt hij geteisterd door het lawaai van de auto’s en vrachtwagens. Overdag heeft hij daardoor last van vermoeidheid. En dan is er ook nog het onuitstaanbare kabaal dat, zowel in de avond als overdag, wordt geproduceerd door het duivelsgebroed van zijn buren. ‘s Nachts wordt Willem er kwaad van. Overdag voelt hij zich verslagen. Een slachtoffer van de situatie.

Willem loopt onder het station door, waarna de Burgemeester van de Vlugtlaan een andere naam krijgt: de Bos en Lommerweg. Een paar meter verder ziet hij de Opstandingskerk, ook wel bekend als de Kolenkit. De kerk heeft inderdaad de vorm van een kolenkit. Een soort emmer, bedoeld om kolen vanuit het kolenhok naar de kolenkachel te brengen. Doordat een kolenkit naar boven toe steeds smaller wordt, valt de emmer niet snel om en zijn de stofwolken bij het vervoeren niet al te groot.

Hij vindt de kerk, ontworpen door de Nederlandse architect Marius Duintjer, wel mooi. Willem gaapt, terwijl hij een moment stilstaat voor de Kolenkit. Twee meisjes lopen langs hem. “Goedendag meneer.” zegt de een vriendelijk. “Heeft u het niet koud?” vult de ander haar aan, terwijl ze hem beiden liefkozend aankijken. Nors schudt Willem zijn hoofd en slentert verder. Niet alleen heeft zijn slaapgebrek hem mentaal uitgeput, hij ziet er blijkbaar ook ineens tien jaar ouder uit. Op welke dag is hij in vredesnaam een opa geworden? vraagt hij zich af.